Het gekwetste kind

en het ontstaan van een

 bepaalde karakterstructuur

 

 

Teneinde belangrijke samenhangen te begrijpen die verderop aan bod komen, dienen we eerst stil te staan bij de manier waarop het Zelf is opgebouwd en te begrijpen welke defensies of afweermechanismen het benut om te overleven. Daartoe gaan we uit van een universele ontwikkelingsmodel dat we hier in het kort schetsen.

Ieder mens past zich als kind aan zijn omgeving aan. Dit socialiseringsproces vormt een normaal gebeuren, ongeacht de omgeving waarin het kind opgroeit, ongeacht geërfde genetische factoren en ongeacht bepaalde karmische disposities die van invloed zijn in dit leven (dit laatste werd reeds belicht in de sectie Astrologie/Karmische Astrlogie).

De belangrijkste en sterkste kracht die het kind ertoe aanzet een ego op te bouwen berust op de behoefte om zich erkend te weten door zich uit te drukken teneinde fysiek, emotioneel en mentaal te overleven. Is het een fundamentele behoefte van elke volwassene om serieus genomen te worden en zich gerespecteerd te weten, dan is dat voor een zuigeling niet anders. In al zijn hulpeloosheid en volslagen afhankelijkheid voelt het identiek dezelfde primaire behoeften. Voor hem is het zelfs levensnoodzakelijk om respect en verdraagzaamheid te voelen voor zijn eigenheid en begrepen te worden in zijn gevoelens, gewaarwordingen en de uitdrukking daarvan.

Vanaf het moment van zijn geboorte "test" het kind voortdurend de wereld om zich heen om te kijken waar deze wereld aangenaam en veilig is om zich uit te drukken en zijn behoeften te bevredigen. Dit "uittesten" herhaalt zich miljoenen keren, telkens wanneer het kind zich waagt aan zijn levensexperimenten.

Al deze experimenten voltrekken zich in een context van zich snel ontwikkelende fysieke rijpings- en groeiprocessen, waarbij verschillende motorische en sensorische ontwikkelingen hun opbouw krijgen. De resultaten van de experimenten veranderen met de mate waarin het kind groeit.

De "experimenten" geven het kind een feedback die het gebruikt om irrationele of niet-logische beslissingen over hoe het leven in elkaar zit, te nemen. Het steeds weer vergaren van de feedbacks brengt in het prille bewustzijn een beeldvorming op gang. Die als het ware opgeslagen "beelden" - vergelijkbaar met software - vertegenwoordigen een verzameling en uiteindelijk een synthese van indrukken over zichzelf in relatie tot de buitenwereld.

Achter zulke beelden schuilen tal van onbewuste conclusies die het kind inmiddels heeft leren trekken. Op hun beurt roepen die primaire conclusies bepaalde programmeringen op in het leven, automatismen die we kennen als "gewoonten". Die zijn het kind behulpzaam om het leven op een veilige manier aan te kunnen.

Deze gewoonten vormen de karakteraanpassingen die we in het licht van het voorgaande beter kunnen omschrijven met termen zoals  overlevingsstrategieën, afweermechanismen of verdedigingen.

Binnen deze verdedigingen onderscheiden we meerdere grondvormen of basiscategorieën die we benoemen als de onderscheidene karakterstructuren, waarover later meer. De opbouw van elk type van karakterstructuur is gebonden aan zowel een bepaalde psychologische ontwikkelingsperiode als aan het toenmalige heersende psychische klimaat.

 

De ontwikkeling van verdedigingen als overlevingsstrategieën
De sleutel tot het begrijpen van de karakterstructuren ligt in het inzicht dat verdedigingen in wezen overlevingsstrategieën vormen en dat deze strategieën uit de experimenten van het kind met zijn wereld voortkomen.

De beperkingen van elk model indachtig wil ik hierna niettemin pogen om schematisch weer te geven hoe een karakterstructuur opgebouwd wordt. We gaan daarbij uit van een eenvoudig voorbeeld.

Stel je een kind van 18 maanden voor met een grenzeloze energie en vol ontdekkingsdrang. Het staat voor alles open, soms wil het spelen, dan weer is het ondeugend, maar het is altijd vol bruisende energie. De "experimenten" die het onderneemt zijn instinctmatig en maken deel uit van de ontwikkeling die het juist rond die leeftijd doormaakt. Ouders onder ons weten hoeveel en hoe onuitputtelijk een kind in deze fase elke dag onvermoeibaar onderzoekt en experimenteert.

Laten we nu eens aannemen dat mama niet gestoord wil worden of nerveus wordt van al het kabaal dat deze experimenten veroorzaakt. Misschien probeert ze het kind af te houden van zijn onderzoeken of probeert ze zijn pogingen zodanig te kanaliseren dat er minder verstoring, chaos en onrust bij ontstaan. Of, indien ze gemeen is, maakt ze ruzie met het kind of ze maakt het bang door bestraffingen. De 18 maanden oude kleuter kan echter de moeder niet de baas en maakt geen schijn van kans om haar ervan te weerhouden zijn experimenten verder te storen of te verhinderen.

Daarmee doet het kind de ervaring op dat het geen persoonlijke macht en zeggingschap heeft, uitgerekend op dit cruciale moment in zijn ontwikkeling. Zelfs als de uitoefening van deze "persoonlijke macht" belemmerd wordt, betekent zulks niet dat die behoefte daarmee zou verdwijnen. Integendeel zelfs: binnen dit ontwikkelingstraject vormt juist de impuls tot het verwerven van persoonlijke macht een natuurlijke en noodzakelijke behoefte die het kind geleidelijk in zijn autonomie moet brengen.

Door deze weigering keert het kind zich echter naar binnen teneinde dit machtsgevoel te kunnen ervaren. Indien het deze macht niet naar buiten ervaren kan, dan maar vanbinnen. "Mama kan niet in me komen" ... denkt het misschien als het dat überhaupt zou kunnen. Deze terugval op innerlijk verzet vormt de aanzet tot de ontwikkeling van het type overlevingsstrategie dat benoemd wordt als "masochisme".

Uiteraard is dit voorbeeld enkel symbolisch bedoeld en komt er veel meer bij kijken. Voorlopig gaat het erom aan te tonen hoe het kind voor zijn gevoel wordt teruggefloten indien het, afgaande op zijn spontane en natuurlijke impulsen, poogt zijn omgevende wereld te verkennen. Voorwaarde is nu dat dit soort van beknotting zich stelselmatig moet herhalen binnen een bepaalde psychische sfeer én binnen de overeenkomende fase van ontwikkeling, wil de daarmee corresponderende karakterstructuur effectief vorm krijgen. Hoe zo'n sfeer met de daarin heersende patronen er reëel kan uitzien en welke consequenties dat heeft, komt elders aan bod.

 

Karakterstructuren vormen een complex gegeven
Gingen we hier bij wijze van een voorbeeld uit van een specifiek  ontwikkelingsstadium, dan is het zo dat het kind in elk ander stadium en op ieder moment van zijn kindertijd (en jeugd) voortdurend de relatie "test" die het heeft met het leven. De onderscheidene karakterverdedigingen vormen de specifieke reflecties van deze tests. Ze weerspiegelen dat het jonge leven manieren gevonden heeft om verder te groeien door de belemmeringen heen, en dat het op die manier elke schade weet te vermijden die het al eerder had opgelopen.

Psychotherapie is geïnteresseerd in de vorming en de opbouw van de onderscheidene structuren. Elke uiteindelijke afweerstrategie kristalliseert zich in een welbepaalde karakterstructuur. Elke type structuur omvat bepaalde inherente onbewuste overtuigingen, geloofssystemen, emotionele herinneringen, interactiegewoonten en onbewuste aanpassingen die het leven van eenieder beïnvloeden.

Gewoonlijk zijn het juist die moeilijkheden die inherent zijn aan deze structuren, die mensen ertoe brengen om heling te vinden in psychotherapie.

 

De lagen van het Zelf

 

Laat ons nu terugkeren naar het kind van 18 maanden.  Met tomeloze energie besluit het op een dag weer één van de talloze experimenten te ondernemen, terwijl zijn mama toevallig in de kamer is waarin het kind een mooie kristallen vaas wil testen op de wetten van de zwaartekracht. Deze testimpuls ontstaat uit een "plek" of faculteit in het kind die authentiek, spontaan, zonder verdediging, onschuldig en uitermate energiegeladen is. Deze faculteit wordt de essentie of het ongekwetste Zelf of Hoger Zelf genoemd.

Dus vanuit zijn essentie voelt het kind deze nieuwsgierige en speelse noodzaak aan om de vaas, die op een tafel in de kamer staat, te onderzoeken. Het kind loopt op onzekere beentjes en gaat wankelend op de schaal af. Mama ziet echter het kind aankomen, ze bemerkt de bedreigde vaas en strekt haar handen uit om te verhinderen dat het naar de vaas zou grijpen. Het kind voelt deze ingreep aan als een beperking van zijn vrijheid en als een hindernis voor de spontane impuls die uit zijn essentie voortkwam. We noemen het ervaren van deze boycot of beperking een verwonding of trauma.

Bijna onmiddellijk nadat de moeder het kind tegengehouden heeft, begint het te schreeuwen en te protesteren tegen deze verwonding van zijn vrijheid. Maar tegelijk herinnert het zich ook dat mama helemaal niet zo blij was in het verleden en woedend werd als het schreeuwde en protesteerde. Dus houdt het dit protest onder controle, drukt het niet uit en slikt het dan maar in. Daarmee wordt het protest omgepoold tot een zelfdestructieve kracht die dus gericht is tegen het zelf.

Dit terughouden van het protest geeft de aanleiding tot een onbewuste primitieve negatieve reactie (PNR). Daaruit ontstaat wat we bij volwassenen het lager zelf noemen.

In dit geval is de PNR dat deel van het kind dat zegt: "Ik zal niet protesteren" of: "Ik laat niet zien wat ik écht voel" of: "Ik roer me niet". Op die manier hebben zich in korte tijd de zes lagen van het Zelf gevormd.

1 De impuls om te leren en te  experimenteren vanuit de essentie
2 Deze impuls wordt door de omgeving verhinderd: dit is het trauma wat de aanleiding vormt tot  
3 Protest
4 Dit protest wordt niet uitgedrukt (PNR). Deze verschillende "lagen" spelen op complexe neurologische manieren op elkaar in, met als doel veiligheid te verschaffen. Zelfs de PNR is op deze veiligheid uit.  
5 Deze volgende laag ontstaat als het kind zich realiseert dat het uitdrukken van de PNR hem in echte moeilijkheden zou brengen. Er ontstaat angst.  
6 Deze angst om protest en PNR uit te drukken veroorzaken een masker. In dit geval drukt het masker misschien onderworpenheid in samenwerking uit. Dit masker verbergt misschien als PNR de "haat" op moeders’ ingrijpen. Wat het ook mag verbergen, de taak van het masker is het kind te beschermen tegen de rauwe macht én tegen de mogelijke schade die het zou veroorzaken bij het uitdrukken  enerzijds van wat het écht voelt en anderzijds van het verinnerlijkt protest.  

Eens het masker is gevormd, wijzigt zich de oorspronkelijke impuls die uit de essentie ontsprong. Slechts een paar seconden later en een paar lagen verder zet diezelfde impuls zich om in ogenschijnlijke, uiterlijke gehoorzaamheid en aanpassing van het masker.

En zo gaat het leven verder. Soms wint het kind, soms verliest het. Elke reflex op elk experiment "reist" steeds weer door de lagen van het Zelf heen naar het masker toe. Na verloop van tijd vormen de resultaten van deze experimenten de persoonlijkheid van het kind. Die delen die niet verdedigd worden (essentie, verwonding en protest) zijn authentiek en echt. Die delen die als verdediging opgeworpen worden (PNR, angst en masker) kristalliseren zich tot de uiteindelijke karakterstructuur.

1. Essentie authentiek
2. Trauma  
3. Protest
4. PNR karakterstructuur
5. Angst  
6. Masker

 

De ontwikkelingsfasen van een karakterstructuur

 

1. De essentie - het hoger Zelf
Dit is de meest natuurlijke staat van eenheid. Op psychologisch niveau is dit het universele recht op integriteit van het individu: één van de fundamentele mensenrechten waarop niemand het recht heeft een inbreuk te plegen. Dit niveau refereert naar het ongekwetste gelukkige zelf. Kijk naar de wereld van een kind van 10 maanden: het wordt gekoesterd, beschermd, is ongelooflijk spontaan en kan zich uitleven, het is open naar de wereld en het ervaart geen verboden.

 

2. De wonde
Zodra de kleuter in de kruipperiode komt gaat het op ontdekkingstocht vanuit de behoefte om alles te onderzoeken. We zijn inderdaad op aarde om te leren, trouwens een ontzettend leuk spel. Experimenteren is leren en dat vervult met nieuwe ervaringen, het geeft plezier. Een kind leert ongelooflijk veel in korte tijd. Het heeft een enorme honger in deze ongebroken fase.

Bij het onderzoeken van zijn omgeving stoot de kleuter onvermijdelijk op grenzen die door de moeder worden aangegeven. Door herhaald ingrijpen van de moeder ervaart het kind een schok want het wordt gekwetst in de drang om te onderzoeken. Er is een onderbreking van de spontane stroom: het kind leert dat het niet kan zijn zoals het wil zijn. Dat is een trauma, evenals bijvoorbeeld ziekte of scheiding van de moeder of een ziekenhuisopname van het kind. Er zijn vele vormen van trauma's, vele kleine of één groot.

Het kind voelt isolement in plaats van veiligheid en geborgenheid. De essentie en de levenskracht worden geblokkeerd. Er zijn vele mogelijkheden tot verwonding: de moeder is vaak afwezig, ze heeft andere dingen om handen en geeft te weinig of geen aandacht, misschien krijgt het "stoute" murmel wel slaag of wordt het door vader flink door mekaar geschud, enz. Hoe dan ook, er is een staat van pijn die niet kan volgehouden worden.

 

3. Protest
De natuurlijke en automatische reactie op het onderbreken van de stroom is protest als verweer tegen de pijn, want het Zelf wil die kwetsing niet hebben. De reactie zelf is een ongedifferentieerd proces: stampen, huilen e.d. op de meest ongelegen momenten of plaatsen. Dit protest is een directe aflading van energie. Het is vergelijkbaar met een wonde die geneest: via protest tracht het kind de situatie weer te helen, recht te zetten. Vele ouders zijn geschokt door dit protest en ze trachten het dan ook te onderdrukken en te dempen (b.v. door het kind in de kelder op te sluiten). De onderdrukking van het symptoom betekent echter het onderdrukken van de levendigheid zelve.

Kan de wonde in één klap toegebracht worden, dan kan ze ook langzaam opgebouwd en herhaald worden. Dit laatste als het gevolg van het geuite protest waardoor de ouder het kind niet meer laat meetellen en het onttrekt aan de zo noodzakelijke liefde. Door de herhaling van de wonde ontstaan de kinderbeelden. Protest is een noodkreet die zegt "Laat me toch leven" - een authentieke reactie. Het protest poogt simpelweg het autoritaire systeem te stoppen. Echter, het kind leert dat na protest een nog grotere weigering, een nog grotere onderdrukking volgt (opsluiting b.v.), zodat uiteindelijk het protest gesmoord wordt. Protest levert dus niets op en het kind rest niets meer dan het maar in te slikken.

 

4. PNR: Primitieve Negatieve Reacties – het lager zelf
Deze cruciale fase ontstaat bij gratie van het inslikken van protest. De aanvankelijke wonde die tot protest voerde is dus verstopt achter deze gevoelsreactie. Voelde het kind aanvankelijk woede, dan gaat die zich nu vastzetten in diep liggende haat- en wrokgevoelens. Resulteert woede in haat, dan resulteert bitterheid in afsluiting en isolement. Deze primitieve reactie is het antwoord op het ervaren van onmacht, eenzaamheid en pure haat, afkeer en woede. Het verschil tussen woede en haat is dat woede een poging tot herstel is en een tijdelijk effect sorteert; haat daarentegen zet zich langdurig vast en slaat op het object, degene die verhindert en die het kind wil "vernietigen".

In deze fase ontstaat werkelijke verzieking want onderliggend knagen er steeds maar schuldgevoelens die suggereren dat het kind straf verdient. Schuld is hier werkzaam als een vicieuze cirkel, met de uitvlakking van straf door uiteindelijk zelfstraf. Het enige wat het kind kan doen is het verdringen van haatgevoelens. Het aanvankelijke zelfvertrouwen, eigen aan de fasen 1-2-3, slaat om in angst.

 

5. Angst
Angst voor bedreiging en voor de uitdrukking van negatieve gevoelens: "Als ik laat zien wat ik werkelijk voel, dan …" en: "Als ik mijn haatgevoelens laat zien, dan…" en: "Als ik mijn ware gezicht laat zien, dan…". De grote angst is echter niet bemind te worden zoals ik ben en zoals ik me voel, samen met de angst om daardoor de liefde van de ouders te verliezen. Verder is er angst voor de eigen intensiteit, voor de eigen "moordzucht". Elk kind heeft zich wel eens stiekem of openlijk gewenst: "Ik wou dat jullie (ouders) dood zouden gaan!". Het gevolg is een angst dat ik zo slecht ben. Daaruit ontwikkelt zich een angst voor gevoelens, voor het voelen, voor het eigen innerlijk, voor liefde en uiteindelijk voor het leven.

Ook op fysiek-energetisch vlak blijven de consequenties niet uit. Vergelijkbaar met een plotse angstreactie waarbij de adem stokt en wordt ingehouden, wordt hier de ademhaling geleidelijk minder diep en dus oppervlakkiger. Ook op deze manier blijkt dat de levensenergie (die door de adem wordt toegevoerd) wordt onderdrukt.

 

6. Het masker
Het masker wordt opgebouwd teneinde de bovengenoemde haat te onderdrukken. Onderdrukking maakt dat het onbewuste een grotere stem in het kapittel krijgt dan het bewuste ik. Dit laatste is maar de top van de ijsberg.

Een maskeruitdrukking is bijvoorbeeld dat een kind plots gaat lief en aardig zijn voor de moeder. Het gaat dus om een masker van aanpassing: doen zoals moeder verlangt zodat ze niet meer boos zal zijn.

In feite worden de ouders geïntrojecteerd als een stem in zichzelf en die aanspoort om lief en aardig te doen. Juist omdat dit vals is, een masker is, zuigt het veel energie op.

Het kind gaat zich identificeren met een oppervlakkige strategie, er wordt iets opgebouwd dat het niet is en dat leidt steeds en onvermijdelijk tot eenzaamheid en isolement. Men zou kunnen zeggen dat de oerinhoud van het masker inderdaad trots is want het zegt: "Ik doe het alleen". Deze valse en onechte houding, dit doen alsof verlamt de levenskracht. Het masker kunnen we zien als het instrument van het verdedigende en ontkennende zelf dat even krampachtig als leugenachtig verkondigt "Hoezo problemen? Die heb ik niet, alles is immers O.K". Dat is dan eerder het typische masker van de macho, de stoere bonk.

Het masker legt een dusdanige sterke druk op de persoonlijkheid dat iemand  uiteindelijk zover komt dat hij denkt dat hij dat masker is en waarbij hij helaas vergeet dat hij de regisseur is van zijn eigen toneelstuk van het leven.

Inderdaad, het masker wordt opgebouwd teneinde gelukkig te zijn en de oorspronkelijke toestand te herstellen. Echter, liefde wordt daardoor "lief doen" of "lief zijn". Daarmee verwijdert men zich van zichzelf, van het Zelf. Zodoende mogen we zeggen dat het masker een uitholling is van het oorspronkelijke Zelf. Iemand wordt dan een buitenkant zonder binnenkant. Vanzelfsprekend kan zulke maskerade niet eindeloos volgehouden worden…met uiteindelijk een crisis als gevolg.

Het masker is dé ziekte van de huidige maatschappij: vereenzaming. Hoe langer hoe meer worden mensen dood aangetroffen die al maanden geleden zijn overleden.

Het masker is een ziekte, protest daarentegen is gezond. In de maskerfase voelen we ons het slachtoffer van het leven. Het masker neemt echte nooit de verantwoordelijkheid.

 

 

Zie je in de linkerrand geen uitgebreide inhoudsopgave, klik dan Menu

| Wat behelst psychotherapie? | Psychotherapeutische benadering en denkwijze |
|
Lichaamsgerichte spirituele psychotherapie | Individuele psychotherapie | Groepstherapie |
|
Psychotherapie voor paren | Voor professionelen |

| Astrologie | Psychotherapie | Tarot kaartleggen Numerologie Actueel Cursussen, workshops en opleidingen | Lezingen | Links | Gastenboek |

| Afspraken maken, inschrijven en bestellen | Hoe te bereiken? |

| Voor cursisten en studenten | Over Raymond Stevens | Vragen of opmerkingen? | Webrings |

Home