|
en het ontstaan van een bepaalde karakterstructuur
Teneinde
belangrijke samenhangen te begrijpen die verderop aan bod komen, dienen
we eerst stil te staan bij de manier waarop het Zelf is opgebouwd en te
begrijpen welke defensies of afweermechanismen het benut om te overleven. Daartoe gaan we uit
van een universele ontwikkelingsmodel dat we hier in het kort schetsen. Ieder mens past zich als kind aan zijn omgeving aan. Dit
socialiseringsproces vormt een normaal gebeuren, ongeacht de omgeving
waarin het kind opgroeit, ongeacht geërfde genetische factoren en
ongeacht bepaalde karmische disposities die van invloed zijn in dit
leven (dit laatste werd reeds belicht in de sectie Astrologie/Karmische
Astrlogie).
Vanaf
het moment van zijn geboorte "test" het kind voortdurend de
wereld om zich heen om te kijken waar deze wereld aangenaam en veilig is
om zich uit te drukken en zijn behoeften te bevredigen. Al
deze experimenten voltrekken zich in een context van zich snel
ontwikkelende fysieke rijpings- en groeiprocessen, waarbij verschillende
motorische en sensorische ontwikkelingen hun opbouw krijgen. De
resultaten van de experimenten veranderen met de mate waarin het kind
groeit. De "experimenten" geven het kind een feedback die het gebruikt om irrationele of niet-logische beslissingen over hoe het leven in elkaar zit, te nemen. Het steeds weer vergaren van de feedbacks brengt in het prille bewustzijn een beeldvorming op gang. Die als het ware opgeslagen "beelden" - vergelijkbaar met software - vertegenwoordigen een verzameling en uiteindelijk een synthese van indrukken over zichzelf in relatie tot de buitenwereld. Achter zulke
beelden schuilen tal van onbewuste
conclusies die het kind inmiddels heeft leren trekken. Op hun beurt
roepen die primaire conclusies bepaalde programmeringen op in het leven,
automatismen die we kennen als "gewoonten". Die zijn het kind
behulpzaam om het leven op een veilige manier aan te kunnen. Deze
gewoonten vormen de karakteraanpassingen die we in het licht
van het voorgaande beter kunnen omschrijven met termen zoals overlevingsstrategieën,
afweermechanismen of verdedigingen. Binnen deze verdedigingen onderscheiden we meerdere grondvormen of basiscategorieën die we benoemen als de onderscheidene karakterstructuren, waarover later meer. De opbouw van elk type van karakterstructuur is gebonden aan zowel een bepaalde psychologische ontwikkelingsperiode als aan het toenmalige heersende psychische klimaat.
De
ontwikkeling van verdedigingen als overlevingsstrategieën De
beperkingen van elk model indachtig wil ik hierna niettemin pogen om schematisch
weer te geven hoe een karakterstructuur opgebouwd wordt. We gaan daarbij uit
van een eenvoudig voorbeeld. Stel
je een kind van 18 maanden voor met een grenzeloze energie en vol
ontdekkingsdrang. Het staat voor alles open, soms wil het spelen, dan
weer is het ondeugend, maar het is altijd vol bruisende energie. De
"experimenten" die het onderneemt zijn instinctmatig en maken
deel uit van de ontwikkeling die het juist rond die leeftijd doormaakt.
Ouders onder ons weten hoeveel en hoe onuitputtelijk een kind in deze
fase elke dag onvermoeibaar onderzoekt en experimenteert. Laten we nu eens aannemen dat mama niet gestoord wil worden of nerveus wordt van al het kabaal dat deze experimenten veroorzaakt. Misschien probeert ze het kind af te houden van zijn onderzoeken of probeert ze zijn pogingen zodanig te kanaliseren dat er minder verstoring, chaos en onrust bij ontstaan. Of, indien ze gemeen is, maakt ze ruzie met het kind of ze maakt het bang door bestraffingen. De 18 maanden oude kleuter kan echter de moeder niet de baas en maakt geen schijn van kans om haar ervan te weerhouden zijn experimenten verder te storen of te verhinderen. Daarmee doet het kind de ervaring op dat het geen persoonlijke macht en zeggingschap heeft, uitgerekend op dit cruciale moment in zijn ontwikkeling. Zelfs als de uitoefening van deze "persoonlijke macht" belemmerd wordt, betekent zulks niet dat die behoefte daarmee zou verdwijnen. Integendeel zelfs: binnen dit ontwikkelingstraject vormt juist de impuls tot het verwerven van persoonlijke macht een natuurlijke en noodzakelijke behoefte die het kind geleidelijk in zijn autonomie moet brengen. Door deze weigering keert het kind zich echter naar binnen teneinde dit machtsgevoel te kunnen ervaren. Indien het deze macht niet naar buiten ervaren kan, dan maar vanbinnen. "Mama kan niet in me komen" ... denkt het misschien als het dat überhaupt zou kunnen. Deze terugval op innerlijk verzet vormt de aanzet tot de ontwikkeling van het type overlevingsstrategie dat benoemd wordt als "masochisme". Uiteraard is dit voorbeeld enkel symbolisch bedoeld en komt er veel meer bij kijken. Voorlopig gaat het erom aan te tonen hoe het kind voor zijn gevoel wordt teruggefloten indien het, afgaande op zijn spontane en natuurlijke impulsen, poogt zijn omgevende wereld te verkennen. Voorwaarde is nu dat dit soort van beknotting zich stelselmatig moet herhalen binnen een bepaalde psychische sfeer én binnen de overeenkomende fase van ontwikkeling, wil de daarmee corresponderende karakterstructuur effectief vorm krijgen. Hoe zo'n sfeer met de daarin heersende patronen er reëel kan uitzien en welke consequenties dat heeft, komt elders aan bod.
Karakterstructuren
vormen een complex gegeven Psychotherapie
is geïnteresseerd in de vorming en de opbouw van de onderscheidene
structuren. Elke uiteindelijke afweerstrategie kristalliseert zich in een welbepaalde karakterstructuur. Elke
type structuur omvat bepaalde inherente onbewuste overtuigingen,
geloofssystemen, emotionele herinneringen, interactiegewoonten en
onbewuste aanpassingen die het leven van eenieder beïnvloeden. Gewoonlijk zijn het juist die moeilijkheden die inherent zijn aan deze structuren, die mensen ertoe brengen om heling te vinden in psychotherapie.
De
lagen van het Zelf
Laat
ons nu terugkeren naar het kind van 18 maanden.
Met tomeloze energie besluit het op een dag weer één van de
talloze experimenten te ondernemen, terwijl zijn mama toevallig in de
kamer is waarin het kind een mooie kristallen vaas wil testen op de
wetten van de zwaartekracht. Deze testimpuls ontstaat uit een "plek"
of faculteit in het kind die authentiek, spontaan, zonder verdediging,
onschuldig en uitermate energiegeladen is. Deze faculteit wordt de essentie of het ongekwetste
Zelf of Hoger Zelf genoemd. Dus
vanuit zijn essentie voelt het kind deze nieuwsgierige en speelse
noodzaak aan om de vaas, die op een tafel in de kamer staat, te
onderzoeken. Het kind loopt op onzekere beentjes en gaat wankelend op de
schaal af. Mama ziet echter het kind aankomen, ze bemerkt de bedreigde
vaas en strekt haar handen uit om te verhinderen dat het naar de vaas
zou grijpen. Het kind voelt deze ingreep aan als een beperking van zijn
vrijheid en als een hindernis voor de spontane impuls die uit zijn essentie
voortkwam. We noemen het ervaren van deze boycot of beperking een verwonding
of trauma. Bijna
onmiddellijk nadat de moeder het kind tegengehouden heeft, begint het te
schreeuwen en te protesteren tegen deze verwonding van
zijn vrijheid. Maar tegelijk herinnert het zich ook dat mama helemaal
niet zo blij was in het verleden en woedend werd als het schreeuwde en
protesteerde. Dus houdt het dit protest onder controle, drukt het niet
uit en slikt het dan maar in. Daarmee wordt het protest omgepoold tot
een zelfdestructieve kracht die dus gericht is tegen het zelf. Dit
terughouden van het protest geeft de aanleiding tot een onbewuste primitieve
negatieve reactie (PNR). Daaruit ontstaat wat we bij volwassenen het
lager zelf noemen. In dit geval is de PNR dat deel van het kind dat zegt: "Ik zal niet protesteren" of: "Ik laat niet zien wat ik écht voel" of: "Ik roer me niet". Op die manier hebben zich in korte tijd de zes lagen van het Zelf gevormd.
Eens
het masker is gevormd, wijzigt zich de oorspronkelijke impuls die
uit de essentie ontsprong. Slechts een paar seconden later en een
paar lagen verder zet diezelfde impuls zich om in ogenschijnlijke,
uiterlijke gehoorzaamheid en aanpassing van het masker. En
zo gaat het leven verder. Soms wint het kind, soms verliest het. Elke
reflex op elk experiment "reist" steeds weer door de lagen van het
Zelf heen naar het masker toe. Na verloop van tijd vormen de resultaten van deze experimenten de
persoonlijkheid van het kind. Die delen die niet verdedigd worden (essentie,
verwonding en protest) zijn authentiek en echt. Die delen die
als verdediging opgeworpen worden (PNR, angst en masker)
kristalliseren zich tot de uiteindelijke karakterstructuur.
De
ontwikkelingsfasen van een karakterstructuur
1.
De essentie - het hoger Zelf
2. De wonde Bij het onderzoeken van zijn omgeving stoot de kleuter onvermijdelijk op grenzen die door de moeder worden aangegeven. Door herhaald ingrijpen van de moeder ervaart het kind een schok want het wordt gekwetst in de drang om te onderzoeken. Er is een onderbreking van de spontane stroom: het kind leert dat het niet kan zijn zoals het wil zijn. Dat is een trauma, evenals bijvoorbeeld ziekte of scheiding van de moeder of een ziekenhuisopname van het kind. Er zijn vele vormen van trauma's, vele kleine of één groot. Het kind voelt isolement in plaats van veiligheid en geborgenheid. De essentie en de levenskracht worden geblokkeerd. Er zijn vele mogelijkheden tot verwonding: de moeder is vaak afwezig, ze heeft andere dingen om handen en geeft te weinig of geen aandacht, misschien krijgt het "stoute" murmel wel slaag of wordt het door vader flink door mekaar geschud, enz. Hoe dan ook, er is een staat van pijn die niet kan volgehouden worden.
3. Protest Kan de wonde in één klap toegebracht worden, dan kan ze ook langzaam opgebouwd en herhaald worden. Dit laatste als het gevolg van het geuite protest waardoor de ouder het kind niet meer laat meetellen en het onttrekt aan de zo noodzakelijke liefde. Door de herhaling van de wonde ontstaan de kinderbeelden. Protest is een noodkreet die zegt "Laat me toch leven" - een authentieke reactie. Het protest poogt simpelweg het autoritaire systeem te stoppen. Echter, het kind leert dat na protest een nog grotere weigering, een nog grotere onderdrukking volgt (opsluiting b.v.), zodat uiteindelijk het protest gesmoord wordt. Protest levert dus niets op en het kind rest niets meer dan het maar in te slikken.
4.
PNR:
Primitieve Negatieve Reacties – het lager zelf In
deze fase ontstaat werkelijke verzieking want onderliggend knagen er
steeds maar schuldgevoelens die suggereren dat het kind straf verdient.
Schuld is hier werkzaam als een vicieuze cirkel, met de uitvlakking van
straf door uiteindelijk zelfstraf. Het enige wat het kind kan doen is
het verdringen van haatgevoelens. Het aanvankelijke zelfvertrouwen,
eigen aan de fasen 1-2-3, slaat om in angst.
5.
Angst Ook
op fysiek-energetisch vlak blijven de consequenties niet uit. Vergelijkbaar
met een plotse angstreactie waarbij de adem stokt en wordt ingehouden,
wordt hier de ademhaling geleidelijk minder diep en dus oppervlakkiger.
Ook op deze manier blijkt dat de levensenergie (die door de adem wordt
toegevoerd) wordt onderdrukt.
6. Het masker Een maskeruitdrukking is bijvoorbeeld dat een kind plots gaat lief en aardig zijn voor de moeder. Het gaat dus om een masker van aanpassing: doen zoals moeder verlangt zodat ze niet meer boos zal zijn. In feite worden de ouders geïntrojecteerd als een stem in zichzelf en die aanspoort om lief en aardig te doen. Juist omdat dit vals is, een masker is, zuigt het veel energie op. Het kind gaat zich identificeren
met een oppervlakkige strategie, er wordt iets opgebouwd dat het niet is
en dat leidt steeds en onvermijdelijk tot eenzaamheid en isolement. Men
zou kunnen zeggen dat de oerinhoud van het masker inderdaad trots
is want het zegt: "Ik doe het alleen". Deze valse en onechte
houding, dit doen alsof verlamt de levenskracht. Het masker kunnen we
zien als het instrument van het verdedigende en ontkennende zelf dat
even krampachtig als leugenachtig verkondigt "Hoezo problemen?
Die heb ik niet, alles is immers O.K". Dat is dan eerder het
typische masker van de macho, de stoere bonk. Het masker legt een dusdanige sterke druk op de persoonlijkheid dat iemand uiteindelijk zover komt dat hij denkt dat hij dat masker is en waarbij hij helaas vergeet dat hij de regisseur is van zijn eigen toneelstuk van het leven. Inderdaad, het masker wordt opgebouwd teneinde
gelukkig te zijn en de oorspronkelijke toestand te herstellen. Echter,
liefde wordt daardoor "lief doen" of "lief zijn". Daarmee
verwijdert men zich van zichzelf, van het Zelf. Zodoende mogen we zeggen
dat het masker een uitholling is van het oorspronkelijke Zelf. Iemand
wordt dan een buitenkant zonder binnenkant. Vanzelfsprekend kan zulke
maskerade niet eindeloos volgehouden worden…met uiteindelijk een
crisis als gevolg. Het
masker is dé ziekte van de huidige maatschappij: vereenzaming. Hoe
langer hoe meer worden mensen dood aangetroffen die al maanden geleden
zijn overleden. Het masker is een ziekte, protest daarentegen is gezond. In de maskerfase voelen we ons het slachtoffer van het leven. Het masker neemt echte nooit de verantwoordelijkheid.
|
|
Wat
behelst psychotherapie?
| Psychotherapeutische benadering en denkwijze
|
| Lichaamsgerichte spirituele psychotherapie
| Individuele psychotherapie
| Groepstherapie
|
| Psychotherapie voor paren
| Voor professionelen
|
|
Astrologie
| Psychotherapie
| Tarot kaartleggen | Numerologie
| Actueel
| Cursussen, workshops en opleidingen
|
Lezingen |
Links |
Gastenboek
|
|
Afspraken maken, inschrijven en bestellen |
Hoe te bereiken? |
|
Voor cursisten en studenten |
Over Raymond Stevens |
Vragen of opmerkingen?
| Webrings |