|
|
De oorsprong van
de eigenschappen van
de negen basisgetallen
De negen
basisgetallen maken deel uit van een cyclus die voortkomt uit het oneigenlijke getal nul. Het symbool
daarvan is niet zonder reden de cirkel: symbool voor het Al, voor het oneindige zonder
begin noch einde.
Symbolisch
staat 0 voor niet gemanifesteerde potentie. Met andere woorden, het omvat
reeds alles in een latente toestand, niet zichtbaar, aanwezig maar zonder
vorm. Net zoals de kleur wit een oneigenlijke kleur is waaruit alle
andere basiskleuren voortkomen, is dat ook zo voor de negen getallen die
uit 0 worden "geboren". In het symbolische denken zeggen we dan
dat 0 staat voor de Eenheid, de baarmoeder en de bron waaruit alles voortkomt én
waarin alles opnieuw wordt opgenomen, waarnaar alles terugkeert telkens de
cyclus is doorlopen.

De voortgang
van het geboorteproces zelf wordt door de opeenvolgende getallen
gesymboliseerd. Daarbij staat elk opvolgend getal voor een specifieke fase binnen
het totale proces.
| 1 |
De
cyclus van manifestatie wordt uiteraard ingeluid door het getal 1.
Zodoende staat het voor uitgaande en puur initiërende kracht die
een nieuw begin inluidt. Op een geestelijk vlak zou je kunnen zeggen
dat hier een bewustzijn ontstaat.
Dit positieve en actief scheppende
beginsel benoemen we als een mannelijk principe, de yang energie.
Associaties daarbij zijn naast bewustzijn ook begrippen zoals
geestkracht, egokracht, de faculteit van de wil, initiatief,
dadendrang, gangmaker, pionier, verovering, provocatie,
zelfbewustzijn, zelfzekerheid, enzovoorts.
|
|
|
| 2 |
In
tegenstelling tot het getal 1 hebben we hier te maken met een
ontvangende kracht, een vrouwelijk principe, de yinkracht. Zonder 1
kan 2 niet bestaan, en omgekeerd al evenmin (1 zou op zichzelf
aangewezen zijn en dan kan er geen 2 zijn). Daarom kunnen we 1
alleen maar begrijpen via het evenbeeld of de spiegel van 2.
Dit onlosmakelijke koppel symboliseert
de oerpolariteit: een overal in de schepping latent aanwezige
antagonistische en tegelijk complementaire verhouding tussen twee
principes. Alle tweedelingen, alle tegenstellingen en alle
tegendelen zitten
vervat in de polariteit 1-2. Het rijtje tegenstellingen is werkelijk
onbeperkt want alles wat is, bezit zijn voor- en achterkant, voor-
en nadeel, pro en contra. We
beperken ons tot enkele in het oog springende fundamentele
polariteiten:
|
|
|
|
|
1
(+) |
2
(-) |
|
het
bewustzijn
|
het
onbewuste
|
|
offensief
|
defensief
|
|
activiteit
|
passiviteit
|
|
yang
|
yin
|
|
mannelijk
|
vrouwelijk
|
|
|
|
ik, mijn wereld en mijn belangen
|
niet-ik: de wereld en het belang van de ander
|
|
|
|
het nuchtere en oordelende verstand
|
het subjectieve gevoel dat geen raad weet
|
|
|
|
ik wil
|
weerstand
|
|
|
|
rechtlijnige houding
|
compromisbereid
|
|
|
|
volmondig
"ja"
|
"ja maar..." of "er is ook nog..."
|
|
|
|
formeel
besluit
|
twijfel
en onbeslistheid
|
|
|
|
conflict
|
verzoening
|
|
idee
|
tegenwerping
|
|
licht
|
donker
|
|
helder en klaar
|
duister en ingewikkeld
|
|
alert
|
dromerig
|
|
actie
|
reactie en reflectie
|
|
beslistheid
|
dralen
en vermijden
|
|
+
pool
|
- pool
|
|
|
| 3 |
Deze fase
betekent een doorbraak uit de voorgaande staat van gespletenheid. Er
treedt een bevruchting op die de aanvankelijke tegenstellingen
verenigt en versmelt tot een
werkzaam én productief evenwicht. Daaruit ontstaat een nieuwe
energie, van een hogere orde. De "of/of" dan wel
"ja/neen" energie wordt hier
samengevoegd tot een bevruchtend, synergetisch "en/en".
Daarmee staat
3 voor het creatieve of scheppende beginsel, in energetische zin een
volslagen nieuwe expansieve impuls.
In deze fase wordt in
de geest een creatief product geboren: de oplossing wordt gevonden, het
concept - als een verzoening tussen tegenstellingen - is rond (de
conceptie). Daaruit ontstaat als vanzelf een uitgesproken positieve
en dynamische groei-impuls.
Dit is zuiver expansieve energie en dat
betekent dynamische groei, vooruitgang, verbetering, vermeerdering,
hoop, verwachting, vooruitzicht op voldoening, enz. Het symbool voor deze
nooit aflatende creatieve energie is de driehoek.
De volgende stap,
met name de vormgeving aan deze conceptuele en
creatieve energie, ligt besloten in het getal 4.
|
|
|
| 4 |
Eenmaal
iets heeft vorm gekregen in de geest (fijnstoffelijke energie) moet
dat ook uitgedrukt en omgezet worden in de vormenwereld of de
materie (grofstoffelijk). Dit is dus de uiteindelijke fase van de
fysieke geboorte. Het vierkant (met 4 zijden) staat dan ook voor de
fysieke wereld, de tastbare werkelijkheid.
Op en geestelijk en
psychologisch vlak leidt de fase van
definitieve vormgeving tot kristallisatie, structurering, houvast,
zekerheid, tastbaar resultaat, stabiliteit en onveranderlijkheid -
"ik heb". Echter, kristallisatie betekent ook vergroeiing
en verstarring.
|
|
| Hiermee
komt een einde aan een eerste onderliggende cyclus die in vier fasen het proces
van definitieve vormgeving omschrijft. Die drie achterliggende
stappen herkennen we in alles wat is en in alles wat ooit een vorm
heeft gekregen.
Ter illustratie van
dit viervoudige scheppingsprincipe het volgende verhaal.
|
|
|
|
In de fase 1 ontstaat in een flits het idee om iets te gaan doen:
"Ik
wil gaan potten bakken" (omdat ik een vriend dat heb zien doen en dat
lijkt me wel iets dat ik ook wil kunnen). Daarmee wordt het
bewustzijn op gang gebracht, de start naar iets nieuws toe.
In de fase 2 echter wordt ik wat ontnuchterd want die prachtige
ingeving botst al snel op tal van weerstanden binnen en buiten
mezelf. Zo zal ik
bijvoorbeeld mijn partner moeten overtuigen, een cursus volgen, tijd en geld investeren, een
werkruimte voorzien, zelftwijfel overwinnen, enz. Die weerstanden
zullen moeten overwonnen worden of er komt niets van in huis.
Pas in de fase 3, na langdurig afwegen van strijdige gegevens,
ontstaat het uitgerijpte, definitieve concept: nu weet ik hoé ik
het zal aanpakken. Die impuls levert het nodige enthousiasme om
daadwerkelijk aan de slag te gaan.
En uiteindelijk, als tastbaar product van dit alles ontstaat in de
fase 4 de definitieve vorm: mijn eerste pot is gebakken!
Merk terloops op dat
na verloop van tijd verstarring zal optreden: we blijven vast niet
eindeloos dezelfde potten bakken en komen onvermijdelijk in een
eentonige routine van automatismen terecht, een saaie bedoening die elke
prikkel tot creativiteit in de kiem smoort. Deze neiging tot verstarring is inherent aan
het getal 4.
|
|
|
|
Achter alles wat is,
schuilt het oorspronkelijk creatieve concept van de maker ervan. Voorafgaand daaraan was er alleen maar onzekerheid, twijfel,
weerstand, afweging of zelfs worsteling tussen ja en neen, dit wel
en dat niet, alvorens het concept definitief rond te krijgen. De
daaraan voorafgaande en meest oorspronkelijke impuls was de "trigger",
de flits van het vrij ongedifferentieerde idee, van het inzicht.
Bij nader toezien is
deze eerste cyclus betrokken op het individu, op wat zich in onszelf
afspeelt aan innerlijke processen. De tweede ondercyclus nu heeft
alles te maken de relatie die het individu onderhoudt met de
buitenwereld, met de ander. |
|
|
| 5 |
Dit
getal doorbreekt beperkende grenzen en met name de verstarring die
in de fase 4 onvermijdelijk optrad. Zaken zoals routine,
kluistering, onveranderlijkheid, zekerheid en vastheid ruimen nu
plaats voor beweging, vrijheid, verbinding, experiment, ontdekking
en avontuur. Hier
groeit het besef dat er méér is dan wat ik heb, bezit, me aan vasthoud of
wat dan ook.
Dit is het getal van het denken, een functie die via
het leggen van verbindingen de omgevende wereld kan begrijpen. Dit
getal wordt gekenmerkt door beweging, het experimenteren en leren
van dingen, het ontwikkelen van nieuwe ideeën, verandering,
souplesse en openheid van geest.
De verfrissing die door
5 wordt aangebracht is analoog aan
de impulsen die uitgaan van het getal 1.
|
|
|
| 6 |
Spoorde
de fase 5 aan tot het exploreren, het erop uitgaan en het genieten
van maximale vrijheid en ongebondenheid, dan worden we hier
geconfronteerd met begrenzing.
Vrijheid stuit hier op plichten en
verantwoordelijkheden ten aanzien van de ander. Analoog aan het
getal 2 dient hier een werkzaam evenwicht gezocht tussen ik (1) en
de ander (niet-ik: 2), tussen vrijheid en binding, tussen verstand
en gevoel. Daarom slaat 6 op het streven naar harmonie in het geven
en nemen in de liefde.
Binding en plicht mogen vrijheid niet in de
weg staan, maar op haar beurt mag vrijheid niet aan banden gelegd worden door
binding. Liefde eist geen slaafse zelfopoffering maar verdraagt
evenmin egoïsme.
Dit getal eist in alles evenwicht, eerlijkheid, zuiverheid van
motief en rechtmatigheid in het handelen. Dit alles kan echter niet
zonder een zorgvuldig afwegen. Daarom heerst 6 in het alledaagse leven ook over
alle mogelijke keuzen die we
dienen te maken (en die we onbewust welhaast doorlopend maken). Het
toepasselijke grafische symbool is hier de zeshoek als een stabiel
evenwicht tussen 2 x 3, twee harmonisch in elkaar verweven
driehoeken.
|
|
|
| 7 |
Dit
is het getal van de hogere geest. Analoog aan 3 heerst het
over groei, maar hier op een innerlijk niveau van inzicht,
zelfkennis, bespiegeling, spiritualiteit en zingeving. Zijn alle getallen van de
tweede cyclus verbonden aan de buitenwereld, dan
staat hier de verbinding met de binnenwereld centraal (letterlijk
in-zicht).
Dit getal doet ons afstand nemen van de buitenkant, de
wereld van het "hebben" door de bakens te verleggen naar
het innerlijke, naar het "zijn". Het tegemoet komen aan onze ware bestemming
onthecht ons van materiële zekerheden. Nadat we in de voorgaande
fase de wetten van de aardse liefde leerden kennen, zijn we nu toe
aan de wetten van het niet-aardse, het grotere geheel.
|
|
|
| 8 |
Nadat
de fase 7 werd doorlopen leerden we onszelf kennen in diepere lagen.
Dat zet ons op de ware weg van unieke zelfverwerkelijking.
In deze
fase dienen we dan ook alle beschikbare energie te bundelen en eenduidig in
te zetten naar een welomschreven doel toe. Bundeling betekent
concentratie van energie, en dit op alle vlakken: bewustzijn,
emoties, denken, wilskracht, handelen.
Is het getal 4 betrokken op
de vormgeving van persoonlijke zaken en belangen, dan komt hier de
vormgeving aan een veel breder maatschappelijk belang in het geding.
In elk individu leeft de drijfveer om een bepaalde taak, aspiratie
of roeping te volbrengen, als een unieke verwezenlijking die toelaat om
zichzelf te overstijgen en waardoor een substantiële bijdrage
geleverd wordt aan de wereld.
Dit getal eist de investering van alle
beschikbare talenten in een doelgericht en niet aflatend streven
teneinde belangrijke projecten stap voor stap te realiseren. Daarom
heeft 8 te maken met waarlijk leiderschap en met ambities.
Op een ander niveau heerst 8 over gerechtigheid en over de ongeziene
wetten van oorzaak en gevolg. Om deze relatie te begrijpen volstaat
het om in te zien dat het leerproces dat in fase 7 werd doorlopen,
zijn beslag krijgt in de ambities die in de buitenwereld worden
omgezet en soms nagejaagd ten koste van de maatschappij als geheel.
Elk individu draagt hier een grote verantwoordelijkheid ten aanzien
van de groep waarvan het deel uitmaakt. Een immorele aanpak kan
ongezien grote crises ontketenen waardoor het leven helemaal zal
worden
omgekeerd.
|
|
|
| 9 |
Deze
eindfase vormt het sluitstuk en de bekroning van de totale cyclus.
Het potentieel van het inmiddels geïntegreerde getal 8 wordt hier
opgetild en verfijnd in een totale betrokkenheid, in een
allesomvattende dimensie.
Dit is dan ook het getal van sublimering, veredeling en loutering
waardoor verfijnde zielenkrachten worden vrijgemaakt. Die zetten ons
aan om vol vertrouwen en overgave te streven naar niet-stoffelijke
en dus geestelijke vervulling.
De uitdrukking daarvan ligt in de
droom van perfectie en het streven naar het ideaal, wat dat ook voor
iemand mag betekenen: het ideaal van een rechtvaardige wereld, een
leefbaar milieu of non-discriminatie, de ideale affectieve relatie, de ideale baan,
omstandigheden, enzovoorts.
Het terugkeren naar
de bron houdt echter ook een afscheid in, een loslaten van dierbare
zaken die niettemin hun tijd hebben gehad (dit facet komt duidelijk
in de tijd naar voren om de negen jaar, elk negende jaar dus).
|
|
|